Kittens als pleegkindSteeds meer kittens worden eenzaam achtergelaten in een doos of in een zak in de sloot gedumpt. Soms onderkoeld en uitgehongerd, balancerend op het randje van leven en dood. Om ze de kans op een mooie toekomst te bieden, brengt het Dierenopvangcentrum Tilburg ze sinds vorig jaar onder bij gastoudergezinnen. Een rood-wit gestreept poesje rent in volle vaart achter een balletje aan. Gevolgd door een zwart katertje. Om de beurt geven ze het ding een lel. Op de stoel onder de tafel heeft hun grijs gevlekte broertje geen oog voor het tafereel. Het touwtje dat aan de jas aan de stoel hangt, eist zijn aandacht op. De drukte is te veel voor de rode kater van Désirée Willems (24). Snel springt hij op de bank en vlijt zich veilig naast zijn baasje neer. De kittens zijn niet van Désirée zelf, ze zijn slechts te gast. Désirée is namelijk één van de vijfentwintig gastgezinnen van Dierenopvangcentrum Tilburg. Sinds april 2008 brengt dat ‘gedumpte’ kittens tijdelijk onder bij gastouders. “Voorheen vingen we ze op het asiel op”, licht Maartje Horvers (26), coördinator van het kittenproject, toe. “Daar verbleven ze in een quarantaineruimte, om te kijken of ze geen gevaarlijke ziektes hadden, zoals kattenziekte. Dat is een virus in het maag- en darmstelsel dat voor jonge dieren dodelijk is. Als in onze quarantaineruimte één kitten ziek werd, werden ze allemaal ziek. Veel jonge dieren stierven daardoor. Dankzij de inzet van gastouders is het aantal sterfgevallen enorm gedaald en hebben we vervelende ziektes vorig jaar buiten de deur weten te houden.” De gastouders vingen vorig jaar 250 kittens op uit Tilburg en directe omgeving. Slechts drie werden door een baasjes als vermist opgegeven. De rest waren nakomelingen van straatkatten of poezen die wel een thuis hebben maar buiten bevielen, of werden gewoon gedumpt. Soms op barbaarse wijze. Hovers: “Onlangs vond een voorbijganger nog twee kittens in een vuilniscontainer. Hij liep ’s avonds over straat, hoorde gepiep, keek in de kliko en zag de diertjes half in een zak zitten. Hun snorharen waren weggebrand. Onvoorstelbaar dat iemand levende dieren in een kliko kan gooien.’’
Plek des onheils Bij iedere melding van gevonden kittens - of die nu binnenkomt bij het asiel, de politie of de dierenalarmlijn - rukt Horvers in haar kittenmobiel uit naar de plek des onheils. “Als het nodig is, ga ik met ze naar de dierenarts. Zo niet ontvlooi en ontworm ik ze zelf. Daarna breng ik ze onder bij een gastgezin. We hebben vijfentwintig gezinnen. Ik hoop dat we doorgroeien naar veertig tot vijftig. Als het straks in juli en augustus echt raak is, hebben we die hard nodig.” Die gastgezinnen krijgen van het asiel alles dat nodig is voor de opvang: een bench waar ze (indien gewenst) in kunnen slapen, een mandje, krabplank, kattenbak, grind, voer, etensbakjes en speelgoed. Kosten voor dierenarts en benzine worden vergoed. Het enige dat het de gastouders dus kost, is tijd. “Maar dat heb ik er graag voor over”, vertelt Irma van Velsen (38). “Ik ben een echt kattenmens. Als het kon, zou ik er dertig nemen.” De Tilburgse is werkzaam in de zorg en kreeg daarom de ‘lastige gevallen’. “Ik heb van alles gehad: schimmelinfecties, gewonde katten, kittens die aan het infuus moesten. Vervelend? Nee. Ik besteed mijn tijd aan een goed doel. Je kan geld naar een goed doel overmaken, maar dan moet je maar afwachten wat ze ermee doen. Nu ben ik zelf betrokken.” Willems denkt er net zo over: “Je krijgt zoveel liefde en plezier terug. Ik lig vaak helemaal vast op de bank: met kittens tegen me aan en boven op me. Mijn hele huis is aangepast aan de kittens.’’ Fleskittens Hoeveel tijd iemand aan de opvang wil besteden, kan hij zelf, vooraf, deels bepalen. Het asiel verdeelt de kittens in vijf categorieën: een zwangere kat, een moederpoes met kittens, fleskittens (tot vier weken), ‘gewone’ kittens en ‘socialisatie’ kittens, jonge katten die (te) lang op straat geleefd hebben en die vel tijd en opvoeding nodig hebben om huiskat te worden. Horvers: “Fleskittens kosten het meeste tijd. Die moeten om de drie uur gevoed worden. Ook ’s nachts. Daar moeten mensen tijd voor hebben. Als er een moederpoes bij is, of de kat bevalt bij de gastouders, neemt zij de voeding voor haar rekening. Voor we iemand aannemen als gastouder, hebben we eerst een gesprek bij diegene thuis. We leggen uit wat de bedoeling is, vragen of mensen hun eigen dieren goed geënt hebben – als ze die hebben – en bekijken de quarantaine ruimte.” Die ruimte is een kamer in huis waar de andere huisdieren niet komen. Het is de bedoeling dat de kittens twee weken in afzondering zitten. In die periode kan de gastouder vaststellen of de katjes gezond zijn. Horvers: “We voorkomen daarmee dat zieke kittens de eigenlijke dieren van mensen besmetten.” De quarantaineruimte was voor Van Velsen een probleempje. Ze heeft thuis drie slaapkamers, één voor haar en één voor elk van haar zonen. “We hebben het met zijn drieën erover gehad. Kevin en Denzel waren meteen dolenthousiast en besloten dat ze samen op één kamer wilden slapen, zodat we er één vrij hadden voor de katten. Zij vinden dieren helemaal geweldig. Als ze lekker met de kittens aan het spelen zijn, weten ze waar ze het voor doen.” Willems meldde zich aan om gezelschap voor haar eigen kat in huis te halen. “En ondanks dat Sylvester een kater is, heeft hij zich opgeworpen als mamma. Hij doet alles voor de kittens. Zelf vind ik het geweldig. Mijn broertje noemt me niet voor niets het gekke kattenvrouwtje.” Van Velsen en Willems vormen wat dat betreft geen uitzondering. Horvers: “Alle gastouders zijn dierenliefhebbers. Vaak hebben ze zelf huisdieren. Een hoop zouden best vrijwilligerswerk op het asiel willen doen, maar hebben daar de tijd niet voor. Met het kittenproject kunnen ze toch hun steentje bijdragen. Sommige mensen vinden het zo leuk dat ze nu al aan de lijn hangen en vragen: Waar blijven de kittens?’’ Van Velsen: “Kittens zijn gewoon leuk.” Willems: “Vorig jaar heb ik vijf keer kittens over de vloer gehad, variërend van een nestje van vijf tot ééntje alleen. Elke keer als mijn huis weer leeg was, belde ik Maartje op: of ze er niet nog een paar voor me had.” Stofzuigers De opvang van kittens thuis bij gezinnen heeft een tweede groot voordeel. De diertjes wennen zo aan een huiselijke situatie, inclusief andere huisdieren, kinderen, stofzuigers, wasmachines, televisie enzovoort. Dat maakt ze gemakkelijker plaatsbaar. Want uiteindelijk is het de bedoeling dat de kleintjes een permanent huis krijgen. Als ze tien weken oud zijn, plaatst het asiel een foto met korte omschrijving op de website. Geïnteresseerden kunnen daarna met de dieren kennismaken. Kijken of ‘het klikt’. Als die klik er is, betaalt het nieuwe baasje 115 euro per kat. Het asiel heeft die (financiële) drempel ingevoerd om te voorkomen dat mensen een kat nemen en het dier weer op straat zetten als hij niet bevalt of als ze op vakantie gaan. In die 115 euro zit de sterilisatie/castratie inbegrepen en de kosten voor een chip met daarop de gegevens van de kat. Mocht het dier weglopen, kunnen zijn baasjes tenminste achterhaald worden. Voor de kitten is het mooi als het een definitief huisje krijgt. Voor het gastgezin houdt het afscheid nemen in. “Dat is een kwestie van de knop omzetten”, stelt Van Velsen. “Van tevoren heb ik het er met mijn kinderen over gehad. Als het iedere keer een drama was geworden, was ik er mee gestopt. Het mooie is: je bepaalt zelf voor een deel of je de kittens overdraagt aan hun nieuwe baasje of niet. De mensen komen bij jou thuis kijken. Dan zie je vanzelf of er een klik is. Als die er is, weet je dat het diertje een goed huis krijgt.” Willems: “Ik had verwacht dat ik het er verschrikkelijk moeilijk mee zou hebben, maar het valt mee. De mensen die voor de kleintjes komen, zijn allemaal enthousiast. Het asiel screent ze van tevoren, dus je weet dat het liefhebbers zijn. Al heb ik vorig jaar één katje zelf gehouden. Van het nestje dat ik nu heb, houd ik er ook ééntje. Maar die is ook zó lief!” |