Goa. Eerste doel van deze trip. Eigenlijk wilde ik hier per trein aankomen, maar na zeven vergeefse pogingen om online een ticket te boeken, heb ik die optie maar laten varen. Vlucht nummer drie op rij brengt me naar de voormalig Portugese kolonie, die in tegenstelling tot het overgrote deel van India niet Hindoestaans is, maar katholiek. Hier geen tempels in de straten, maar veelal in wit opgetrokken kerken, die fel afsteken tegen de vervallen huizen en de krotten die daar voor door moeten gaan.
Ter compensatie draait mijn taxichaffeur Hindi-muziek. Een combinatie van Bollywoodrock en reggae. Hij heeft de schone taak me van het vliegveld naar mijn eindbestemming te brengen: Fatima Guest House, waar de Sampoorna Yogaschool op het dak zit. Veel groter dan de tuktuk van hedenmorgen is het witte verhicel niet, maar toch voel ik me iets veiliger. Waar alle 'rijke' westerlingen als hoge heren achterin kruipen en zich laten rijden, neem ik plaats naast Shaikh Zamir. Zo kan ik tenminste nog een gesprekje voeren. De eerste aanblikken van Goa roepen herinneringen op aan Curacao en Tonga: gekleurde huizen, palmen, uitgestrekte velden, mensen die op de openbare weg lopen, scooteren, rijden of er gewoon op staan om de bomen aan de zijkant te snoeien. Wegafzettingen voor hun veiligheid zijn nergens te bekennen. Daar lijken Indianen niet om te geven. Zo besluit een vrachtwagenchauffeur doodleuk midden op de weg straatje te keren. Iedereen toetert naar hem. Dat geluid ben ik inmiddels gewoon. Toeteren blijkt vele betekenissen te hebben: hoi, dag, rot op man, lekker ding, ik ga inhalen, haal jij maar in, gas Bas en is de weg vrij? Juist als ik me ermee verzoen dat Indianen nu eenmaal zo rijden en dat het allemaal wel losloopt, komt er van rechts een blauw autootje langzaam de weg op rollen. Net op het moment dat Zamir een slome voorganger in wil halen. De taxichauffeur toetert heftig, maar het blauwe wagentje rolt rustig door en ramt onze bumper. Beide bestuurders stappen uit, bekijken de schade. Praten fel. Dan stapt de chauffeur van de blauwe wagen snel in en geeft gas. Weg is ie. Zamir volgt zijn voorbeeld. Om de hoek zien we de dader wegschieten en in rap tempo zetten we de achtervolging in. Als Zamir woendend en tuterend achter de dader aan zit, trapt deze opeens hard op de rem en knallen we boven op hem. Nu is het aan de dader om zich slachtoffer te voelen. Opnieuw wordt de schade bekeken. Volgt er een heftige woordenwisseling die veel nieuwsgierigen trekt. Het ongeluk gebeurde zeker drie kilometer verderop, dus niemand heeft het gezien, maar iedereen heeft een mening. De dader komt naar het raam en blaast een alcoholwalm mijn gezicht in. ,,Hij gaf geen richting aan. Dat heb je toch gezien?'', vraagt hij bijna smekend. Ik heb geen zin om betrokken te raken en zeg dat hij het onderling met mijn chauffeur moet oplossen. Misgenoegd schut hij zijn hoofd en stapt weer in. Een tweede keer er vandoor lukt echter niet. Er staat te veel publiek, dus rest hem niets anders dan zijn portemonnee te trekken. Vijfduizend roepies (ongeveer 8 euro) rijker stapt Zamir weer in. ,,Eigenlijk kost die schade me zeker tienduizend euro, maar ja dan had ik hem maar niet moeten aanrijden'', verzucht hij. ,,Nu heeft hij ook schade.'' Dan draait hij de volumeknop van de radio ver open. ,,Time for happy music. Time to feel happy.'' En daarmee is de zaak afgedaan.
|