\
maandag 21 mei 2012
Yoga
11 november 2010 om 08:06:24
Wat het is met yoga weet ik niet, maar ergens raakt deze vorm van lichaamsbeweging me. Misschien omdat het meer is dat alleen lichaamsbeweging.  Verklaren kan ik het niet, maar na iedere training voel ik me rustiger, openen, kwetsbaarder en tegelijk meer in balans. Ik werk aan mijn lijf, maar tegelijkertijd aan mijn geest, luidt de yogavisie. De fysieke blokkades die ik in mijn lichaam ontdek, als ik bijvoorbeeld voorover buig om de grond aan te raken, zijn eigenlijk mentale blokkades. Negatieve emoties, waar ik in het verleden tegenaan ben gelopen en die zich in mijn lijf vastgezet hebben als stijfheid.

Bullshit vond ik dat in het begin. Mijn eerste les zal ik nooit vergeten. Een vriendin nam me mee naar Yort, een afkorting voor YOga SpoRT, onder het mom van:  dat is goed voor je rugproblemen. De training vond plaats in een oude, houten gymzaal, achter het huis van de leraard: Ewald. Beleefd als ik som kan zijn, stapte ik bij binnenkomst  op hem af en gaf hem een ferme hand: ,,Dag, ik ben John.'' Meteen corrigeerde hij het: ,,Nee, je heet John, je bent liefde.'' Vervolgens omarmde hij me innig. Als een stijve plank stond ik daar, met als enige gedachte: hoe kom ik hier zo snel mogelijk weg.
Gelukkig ben ik gebleven, omdat ik vind dat ik alles moet uitproberen. De training was niet soft, zoals ik verwacht had, maar veel eisend. Een mix van yoga en conditie- en krachtoefeningen. Uitgedokterd door Ewald zelf. Als voormalig gymleraar had hij op zijn veertigste een hernia opgelopen. Tot zijn verbazing, want hij sportte toch volop. Hoe gezonder kon hij zijn? Vervolgens bedacht hij zich dat het kwam door zijn prestatiedwang en de manier van sporten: kracht, kracht, kracht. Dus gooide hij het over een andere boeg en begon aan yoga. Die sport bracht hem flexibiliteit, maar ging ten koste van zijn kracht en conditie. Reden om zelf een tussenvariant te ontwerpen. Zijdelings beinvloed door alle spirituele stromingen die hij bestudeerde.
Die eerste les ligt inmiddels twee jaar achter me. Van twee dagen per week, zit ik nu op vijf à zes dagen yoga per week. Als het een paar dagen erbij inschiet, smeekt mijn lijf om te trainen en waarschuwt me rug me dat ik het vooral moet bijven doen.
Na een jaar kreeg ik van Ewald de vraag of ik geen leraar wilde worden. Stijve plank als ik ben, hield ik de boot af. Uiteindelijk overtuigde Magnus Ringberg me. De Zweed kwam naar Antwerpen om een workshop te geven en daar moest ik bijzijn, verzekerde Irene me. Ik geef eerlijk toe, alle yogavormen - hatha, bikram, astana enzovoort - zijn puur acracadabra voor me. Ik doe yort en verder heb ik me er nooit in verdiept. Maar Ringberg mocht ik niet missen, kreeg ik te horen. De goeroe van de vinhassa. Ik ging, werkte me drie uur non-stop in het zweet, waarbij de ene pose automatisch - dus zonder tussenpauze - overging in de andere pose en voelde me na afloop fitter dan ooit. En ik was verliefd. Niet op Irene, niet op Ringberg, maar op vinhassa. Wat het ook mocht zijn.
Terug naar huis zat ik mijmerend in de auto. Wat asl ik nou eens yort en vinhasse kon combineren, dan.... Het werd een loseindje. Een van de vele losse eindjes, die ik nu hier, in India, aan elkaar probeer te knopen. 
« Terug naar het overzicht