Zes uur 's morgens gaat iedere dag de wekker. Avondmens als ik ben, had ik verwacht dat het vroege opstaan het zwaarste van heel de training zou zijn. Vreemd genoeg is dat het niet. In plaats van doodmoe mijn bed uit kruipen - dat ik thuis doe als de wekker om acht uur gaat - stap ik er vrolijk uit. Sterker nog, vaak ben ik al een kwartier wakker voordat de wekker gaat.
Ook de terugslag die ik thuis altijd ervaar, zo rond een uur of tien, als ik me opeens heel moe voel, blijft uit. Natuurlijk, ik duik hier eerder mijn bed in dan thuis, maar toch. Ik was er altijd van overtuigd dat ik minimaal acht uur slaap nodig heb, en nu blijk ik - ondanks alle fysieke inspanningen - opeens met minder te kunnen. Gaurav heeft er een simpele verklaring voor. Zo tussen half vier en vier uur 's morgens maakt ons lichaam een hormoon (melotonim) aan. Dat hormoon werkt tot zonsopkomst en zorgt ervoor dat we ons 's morgens moe voelen en niet ons bed uit kunnen. Door op te staan voordat de zon - de koning van de wereld - op is en door asanas (yogaposes) te doen, breken we het hormoon af en voelen we ons fit in plaats van moe. Dat is de reden dat alle yogi's rond een uur of vier 's morgens opstaan en aan hun dag beginnen. Dankzij de yoga en meditatie, die ons lichaam zowel traint als ontspant, kunnen yogi's bovendien af met veel minder slaap dan andere mensen. Zij rusten bewust in plaats van oppervlakkig, waardoor het herstel veel sneller verloopt. |