\
maandag 21 mei 2012
Iedere keer hetzelfde, iedere keer iets nieuws
6 januari 2011 om 20:45:36

Rust, reinheid en regelmaat schijnen een heilige drieeenheid te zijn. Reinheid is met drie koude douches per dag en een of twee duiken in de zee wel goed verzorgd. Regelmaat ook. Iedere dag ziet het lesschema er hetzelfde uit. Rust is deze weken betwistbaar. Slapen doe ik met acht uur per nacht genoeg. Mijn geest is rustig. De lessen vullen het grootste gedeelte van de dag. Wat overblijft, gaat op aan studie, dus van afdwalen is weinig sprake. Maar of mijn lijf voldoende rust krijgt? Met vier uur yoga per dag - minimaal - moet het er in ieder geval aan geloven. De ene keer voelt het moe, de andere keer verbaas ik me over de hoeveelheid kracht die ik heb. Die ik in zo'n korte tijd heb opgebouwd. De Asthangaserie maakt het zien van die vordering gemakkelijk. Immers, elke ochtend doen we dezelfde serie en 's middags komen veel poses nogmaals langs als we leren hoe we mensen moeten corrigeren, zodat ze de juiste pose aannemen. Saai steeds dezelfde serie? Nee, eigenlijk niet. Totaal niet.

Ik geef toe, ik verveel me snel. Laat mij een paar dagen hetzelfde werk doen en ik ben het spuugzat. Mijn meubels verhuis ik geregeld van de ene kant van de kamer naar de andere, zodat mijn huis er weer eens anders uitziet en mijn slaapkamer en studiekamer heb ik al tig keer omgedraaid. Maar toch...
Het rare is dat ik iedere dag iets nieuws ontdek in bepaalde poses. Stijve hark als ik ben, lijkt iedere asana in het begin een stretch voor mijn ultra-korte hamstrings. Hoe meer ochtenden echter verstrijken, hoe meer mijn hamstrings meegeven. En dan blijkt een pose opeens niet alleen op mijn hamstrings te werken, maar ook op mijn onderrug. En als ook die er aan moet geloven en zich flexibeler opstelt, blijkt mijn bovenrug ook een stretch te krijgen. Om over de massages van mijn ingewanden nog maar te spreken.
Natuurlijk is niet alles hosanna. De lotushouding - ik heb die bloem nooit gemogen - is nog steeds een worsteling. Ja, ik kom erin, maar helemaal zonder gesteun en gekreun gaat het niet. De brug achterover zal bij mij nooit een mooi architectonisch hoogstandje worden, maar altijd een hoekige bouwval blijven en of ik er in downward dog ooit op mijn best uit gaat zien, is al helemaal de vraag.
,,Logisch'', doceert Deepak ons, ,,ieder mens is anatomisch anders gebouwd, dus ieder mens heeft zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. De mooie plaatjes in de yogaboeken laten alleen maar mensen zien die de poses perfect beheersen, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Een simpel voorbeeld: als iemand zijn arm boven zijn hoofd uitstrekt en vervolgens dubbel vouwt en zijn elleboog komt niet boven zijn hoofd, kan die nooit een perfecte kopstand maken. Zijn bovenarmen zijn daar gewoon te kort voor. De hoek en stand van iemands heupbeen bepaalt of diegene ooit lotus kan. Spieren kunnen we oprekken, maar de stand van botten kunnen we niet veranderen. Hoe hard we ook trainen. Als leraren moeten we daarmee rekening houden.''
In totaal zijn er acht 'botten' die ons kunnen beperken om alle poses perfect uit te voeren: de pols en onderarm, de elleboog, de schouders, de nek, de onderkant van de wervelkolom, het dijbeen en bekken, de knie en de enkel. Als deze botten op elkaar stuiten en er dus sprake is van compressie, dan houdt een pose gewoon op. Een bot kan ook in de knel komen met het lijf, zoals het dijbeen en de buik bij vooroverbuigen.
De uitleg zorgt voor opluchting en teleurstelling. Immers, ook ik streef naar perfectionisme, hoezeer Deepak ook hamert op een niet prestatiegerichte houding. Tegelijkertijd verklaart het wel waarom ik met sommige poses stoei. Met een jaloers oog kijk ik af en toe naar Monica, de Mexicaanse. Met haar balletachtergrond is soepelheid haar met de paplepel ingegeven. Bovendien: als Deepak een model nodig heeft om te demonstreren hoe het perfecte yogalijf eruit ziet, roept hij steevast Monica naar voren. Ook ik dien af en toe als voorbeeld: om de beperkingen te demonsteren. Velen daarvan zijn op te lossen. Met heel, heel, heel veel uren trainen. Lekker.
Maar voor ik me daar sip om kan voelen, komt 'perfecte Monica' naar me toe met een betrokken gezicht: ,,Geluksvogel. Jij ervaart zelf wat onze leerlingen straks tegenkomen. Bij mij gaan alle poses vanzelf. Ik heb geen flauw idee hoe die beperkingen voelen en wat ik me er bij moet voorstellen. Jij kan straks uit eigen ervaring lesgeven. Ik niet. Ik ben jaloers op je.'' Wat zei Johan Cruijff ook al weer? Ieder nadeel heb zijn voordeel.

De eerste fotoserie staat online. Zie: http://www.pix4profs.nl/p4p/index.gallery.php?gid=1383

« Terug naar het overzicht