\
maandag 21 mei 2012
Uit coma naar de top

Een trainingsritjes eindigde voor Sliedrechter Aart van Wijk (45) twee jaar geleden in een nachtmerrie. De triatleet sloeg met zijn fiets over de kop, belandde op zijn hoofd en liep zwaar hersenletsel op. Twee dagen lag hij in coma, daarna volgde een lange weg van revalideren. Nu is hij terug. Aan de top.

Door John Kraijenbrink

Aart van Wijk,,Het gebeurde op 19 augustus 2001. Ik was in supervorm voor de triatlon van Almere. Ik had me dat jaar helemaal gek getraind om sneller te zijn dan mijn broer Chris. De keer daarvoor was hij in Almere tweede geworden, ik vierde. Dat kreeg ik steeds van iedereen te horen. Dus dit keer wilde ik zijn tijd verbeteren. Zelf deed hij niet mee. Op zondag ging ik, zoals elke zondag, fietsen met een groepje hier uit de buurt. De finish van de tocht die we reden, lag in Streefkerk. Vlak voor de eindstreep demarreerde ik, mijn ketting brak en ik sloeg over de kop. Belandde op mijn hoofd, waarschijnlijk tegen een paar stenen.
Het gebeurde bij mensen voor de deur. Heel het dorp liep uit. Met een traumahelikopter hebben ze me naar het Dijkzicht ziekenhuis in Rotterdam gebracht. Daar heb ik twee dagen in coma gelegen. Ik had hersenletsel en een schedeldakfractuur. Er stond druk op mijn schedel, maar gelukkig hoefde ze geen gaatje erin te maken, anders had ik blijvend letsel gehad.
Wat ik van het ongeluk weet, heb ik van horen zeggen. Vanaf vijftien minuten voor het ongeluk ben ik mijn geheugen kwijt. Ik heb maanden niet kunnen tellen. Kon niets onthouden. Bij ons thuis hing er een ballon in de kamer. Elke ochtend kwam ik naar benenden en zei dan tegen mijn vriendin: 'He kijk, een ballon.' Iedere morgen was die weer nieuw voor me. Ik had ook problemen met praten. Was woorden kwijt. Wist niet meer dat een kopje een kopje was. Nu, als ik een paar dingen snel moet benoemen, kan ik het nog steeds niet. Ik heb ook concentratieproblemen en kan nog niet goed tegen drukte. Maar ik heb geluk gehad. Meer dan de helft van de mensen die dit letsel oploopt, overlijdt.
De dinsdag na het ongeluk ontwaakte ik uit coma. Het is in die periode een dubbeltje op zijn kant geweest. Gelukkig viel dat de goede kant op. Toen ik bijkwam zei ik tegen mijn vriendin: 'Wat is dit een gek huis'. Ik wist helemaal niet dat ik in het ziekenhuis lag. Een van de eerste dingen die ik me herinnerde was Almere. Was dat ik die wedstrijd moest doen. Ik wilde weg, maar mocht niet. 'Als je kan drinken en lopen, mag je weg', zeiden de artsen. 'Kan lopen?', dacht ik. Ik loop marathons. Natuurlijk kan ik lopen! Maar toen ik uit bed stapte, zakte ik door mijn benen heen. Ik was net een baby.
In het ziekenhuis wilde ik steeds naar buiten. Wilde ik weg. Ik mankeerde nooit iets en nu lag ik daar opeens. Uiteindelijk hebben ze me, doordat ik steeds bleef aandringen, eerder laten gaan dan goed voor me was. Dat besefte ik achteraf pas. Bij hersenletsel is er maar een remedie: rust. Maar ik had steeds de neiging om te gaan hardlopen. Terwijl ik dat niet kon. Alleen als ik me ergens aan vasthield, kon ik lopen. In het begin sliep ik 22 uur per dag. Als ik opstond en naar beneden ging, moest ik eerst aan tafel bijkomen. Nu slaap ik nog steeds tien uur per nacht.
Elke dag probeerde ik een stukje te wandelen. Maar alles schommelde, draaide. Dat gevoel dat je hebt als je heel veel hebt gedronken en 's avonds in bed ligt. Dat had ik elke dag. Mijn coördinatie was ook weg. Ik probeerde rustig twee stappen achterelkaar met links te zetten. Het was hopeloos. Ik werd er moedeloos van. Ik wilde ook steeds rennen, maar het ging niet. Pas na twee maanden kon ik honderd meter lopen, daarna kon ik elke dag een klein stukje verder. Wel had ik steeds een paraplu bij me, voor steun. Meestal liep ik in het donker, omdat ik niet tegen licht kon.
Verstandig was het waarschijnlijk niet, omdat ik rust moest houden. Maar ik wilde sporten. Dat heb ik heel mijn leven gedaan. Voor het ongeluk woog ik nog geen 65 kilo, erna moest ik op een gegeven moment nieuwe broeken kopen, omdat ze te krap waren. Ik kon niets doen. Niet eens lezen en schrijven.
Toen ik weer kon lopen, ben ik ook weer gaan fietsen. Eerst op de hometrainer, vervolgens op een omafiets, met mijn broer wandelend naast me. Daarna op de mountainbike. Fietste ik met andere mensen mee. Die moesten voor mij opzij kijken of er verkeer aankwam. Ik kon dat met mijn evenwichtstoornissen niet. Ik kon ook geen diepte inschatten. Als er een auto aankwam, raakte ik in paniek, terwijl die gewoon drie meter naast me passeerde. M'n vriendin verklaarde me voor gek, maar ik had helemaal niet in de gaten wat ik deed. Het ging op de automatische piloot. Voor het ongeluk sportte ik elke dag. Ik wist niet beter. Leefde in een roes. Dacht steeds: 'Morgen is het wel over. Zijn mijn evenwichtstoornissen, concentratieproblemen en het duizelige gevoel weg'. Ik besefte zelf niet hoe ernstig het was. Waarschuwingen hielpen daarom niet.
Mei, juni vorig jaar ging het hardlopen beter. Liep ik weer tien tot vijftien kilometer. Na zeven maanden stopte ook het draaierige gevoel als ik op bed lag. In juli deed ik voor het eerst weer mee aan een triatlon. De kwart van Hooge Mierde. Ik won, maar in orde was ik nog niet. Ik vergat onderweg de pijn. Verbaasde me bij de wissel van het fietsen naar het lopen dat er zo weinig fietsen stonden en had pas bij de finish in de gaten dat ik gewonnen had. Misschien is dat wel mijn mooiste overwinning. Een bewijs dat ik alles weer kon. Net terug van zo'n ongeluk en dan meteen winnen.
Toch ben ik niet dezelfde atleet als voor het ongeluk. Fysiek wel, maar qua concentratie niet. Onderweg vergeet ik soms dat ik hard moet zwemmen, fietsen en lopen, dan daalt mijn tempo gewoon. Bij de wissels heb ik problemen. Die moeten zo snel mogelijk, maar ik moet echt focussen: eerst mijn sokken, dan mijn schoenen. Ik zie het meer als twee carrières: een voor en een na het ongeluk.
De resultaten zijn goed. Bij het Nederlands Kampioenschap op de lange afstand werd ik tweede in mijn leeftijdscategorie. Net als in Almere. Dit voorjaar kwalificeerde ik me op Lanzarote voor de Ironman van Hawaï.  Over die wedstrijd praat ik al jaren. In mijn leeftijdscategorie mogen er maar een paar starten, terwijl iedereen er naar toe wil. Zeker nu het de 25e editie is. Het is de mooiste, de klassieker. Daar is het allemaal begonnen met de triatlon. Toen ik de televisiebeelden van die eerste Ironman in 1978 zag, zei ik tegen mijn broer: 'Dat wil ik ook'. Nu ga ik. Het wordt het hoogtepunt in mijn carrière.''

« Terug naar het overzicht