|
Warm zand, koel water, nachtelijk vertier en spectaculaire capriolen in het water; dat is het Franse Biarritz, het surfparadijs van Europa. JOHN KRAIJENBRINK Snelle, gebruinde 'beachboys' lopen met kleine surfplankjes te paraderen over het strand tussen topless meisjes. Mannekes van nog geen acht jaar gaan de golven te lijf die bijna even groot zijn als zij zelf. Een enkele bebaarde veertig plusser stuntelt tussen hen in. Allen gadegeslagen door een strandwacht, gezeten op een witte, hoge stoel, de fluit in de mond. Geregeld verlaat hij zijn overzichtspost, om aan de vloedlijn driftig met zijn zwemvliezen te gebaren dat de vele, zeer vele zwemmers, bodyboarders en surfers te dicht in de buurt van de rotsen komen. Maar iedereen wil een plekje, een vrije doortocht voor zijn surfplank of bodyboard. Dit zijn immers de golven van Biarritz, de golven van hét surfparadijs van Europa. Hier, aan de Franse kust waar je de Pyreneeën kunt zien liggen, bedwong voor het eerst in Europa iemand de golven, staande op een surfbord. Het was de Amerikaanse schrijver en filmproducent Peter Viertel die in 1957 zijn surfplank mee had genomen naar de badplaats voor de opnamen van The sun also rises. Daarmee maakte hij zoveel indruk op de lokale bevolking dat de vonk voor het surfen oversloeg. Wat die vonk precies is, weet een Franse student 's avonds te vertellen als we een pizza bij zijn kraampje bestellen: "Surfen is lekkerder dan seks. Het genot om op die plank te staan, de golf te berijden is onbeschrijflijk." Daarom zwoegt deze Parijzenaar twee maanden lang elke avond van zes uur 's avonds tot vier uur 's nachts in een pizzakraampje in Biarritz, om daarna een maand lang te kunnen surfen. Enthousiast gemaakt door de flitsende surfers op de schuimend witte golven en door het verhaal van de Fransman, meld ik me de volgende dag bij het Lagoondy Surf Camp, voor een surfles. Als ik rustig van een kop thee geniet en met de andere leerlingen praat die hier al een paar dagen les volgen, stapt Thomas Gouffrant, de eigenaar, op zijn motor en zet koers richting strand. Een kwartier later komt hij terug. Meteen scharen alle leerlingen die een week lang surflessen volgen, zich om hem heen. Glimlachend steekt Thomas zijn hand in de lucht, tot net boven zijn hoofd. Enthousiasme alom. Zo hoog zijn dus de golven. Bij mij maakt de opwinding plaats voor lichte zenuwen; dat is wel heel hoog. Oké, bodyboarden op hoge golven vind ik tof, maar daarbij lig ik op een plank; nu word ik geacht erop te staan. Eenmaal in het water zijn de eerste drie ritjes op mijn grote, licht roze surfplank eenvoudig. Als de gebroken, witte golf in mijn buurt komt, moet ik vaart maken en me dan liggend voort laten duwen door de kracht van het water. Daarna vindt Thomas het tijd voor het serieuze werk en roept me bij zich op het strand. "Tijd om te gaan staan", meldt hij, terwijl hij de plank voor zich in het zand laat vallen en erop gaat liggen." Peddelen, handen naast je borst zetten om te stabiliseren en dan ... jump", klinkt de eenvoudige uitleg, waarbij Thomas in een sprong vanuit lig-positie gehurkt staat; de voeten dwars en het bovenlijf een halve slag gedraaid met het gezicht naar voren. De vlotte jump valt echter dik tegen om te imiteren. Dan weer staan mijn voeten te ver naar de zijkant, dan weer te dicht bij elkaar, dan weer is mijn bovenlijf niet gedraaid genoeg. Toch vind Thomas vier sprongen op het droge genoeg en word ik de zee ingestuurd. Een waarschuwing krijg ik nog mee: "Pak geen kleine golf, een grote brekende, die wil je hebben." Poging een: de grote plank voelt onstabiel, toch jump ik erop en ... lig ernaast. Het zeewater bijt spottend in mijn ogen als ik kopje onder ga. Poging twee: ditmaal lijkt de plank stabiel, mijn sprong is alleen slecht gemikt en nog sierlijker dan de eerste keer beland ik weer in het water. Poging vijf is raak. Ik druk me op, stabiliseer de plank, vind mijn balans, spring op en ...zink. Te lang gewacht, en geen stuwing meer van de golf. Bij poging zeven blijf ik echter staan. Tweeënhalve seconde, maar ik sta. Het begin is er.
Tijd dus voor een feestje. In Biarritz is de avond voor de stappers. Op camping Biarritz staan de dames in de doucheruimte dan ook netjes op een rijtje voor de spiegel; de haren moeten gekamd, de ogen opgemaakt. Een meisje heeft er een stoel bij gepakt en is gaan zitten; sigaretje in de hand. Haar vriendin krult geduldig haar haren. Buiten zetten de jongens hun eerste biertje aan de mond, waarna het richting centrum gaat. Daar in bars als Le Bar du Caveau, Le Bar de la Marine, Le Blue Cargo in Bidart en in de nachtclubs moet de jacht beginnen. Surfen mag immers lekkerder zijn dan seks, als je de twee niet naast elkaar doet, heb je geen goed vergelijkingsmateriaal. Wie zich niet in het uitgaansleven stort, pronkt op een van de vele terrasjes. Want Biarritz is niet alleen een plaats om je surfkunsten te showen, maar ook om jezelf te showen. Historisch zo gegroeid heet dat. Al vanaf 1853 is dit voormalig walvissersdorpje een hotspot in Europa. In dat jaar, op 30 januari om precies te zijn, trouwde de Spaanse gravin Eugenie van Montijo met de Franse keizer Napoleon III. Eugenie kende Biarritz van uit haar jeugd en voor haar bouwde Napoleon er een vakantiehuis, 'Villa Eugenie' (tegenwoordig Hôtel du Palais). Daar kwam de hele Europese aristocratie langs: prins Edward van Wales met zijn Amerikaanse geliefde Wallis Simpson, koningin Victoria, de koning van Spanje (Alphonse XIII), tsaar Nicolaas II van Rusland, in latere jaren gevolgd door sterren als Frank Sinatra, Gary Cooper en Bing Crosby. Wat over is, is de allure. De vele gezellige terrasjes zitten 's avonds vol met jongeren en met de nouveau riche, die hun vertier overdag zoeken op een van de tien golfbanen die in en om Biarritz liggen. Alleen de echte surfers ontbreken. Zij zitten langs de promenade, stereo aan en een fles drank die van hand tot hand rond gaat. Of hebben de stad de rug toegekeerd, omdat de vele toeristen de echte surfcultuur te niet hebben gedaan. De golven zijn 's morgens het ideale middel tegen een kater voor wie te veel gedronken heeft en/of voor wie een blauwtje heeft gelopen. Dan immers moet er weer gesurft worden. Dit keer volg ik een les bij de jeugdherberg in Anglet, even buiten Biarritz. Van een paar tellen staan, wil ik namelijk echt staan. Iets dat zal lukken, vooral dankzij Fred, mijn leraar. Om de drie á vier pogingen roept hij me naar de kant om me op mijn fouten te wijzen, waardoor mijn kunsten snel vooruit gaan. De eerste paar keren spring ik nogal stuntelig en totaal verkeerd getimed op de plank, waarna ik de instructie krijg te blijven liggen, om goed te voelen hoe het water de plank voortstuwt. Pas dan mag ik opnieuw een poging wagen om te gaan staan. Op de kant gaat dat redelijk, al is de positie van mijn voeten niet altijd even overtuigend. Op het water blijft echter een andere wereld. "Maar er is geen enkele sport zo moeilijk als surfen", troost Fred. "Het water beweegt zich onder je, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een skihelling, de plank beweegt op het water en jouw voeten staan los op de plank. Bovendien heb je maar een paar seconden om op je surfboard te springen. In die ene, enkele poging, moet het goed gaan." Volhardend blijf ik de ene golf na de andere pakken. De ene keer sta ik een paar tellen, de andere keer vlieg ik sierlijk van de plank af. Maar dan, dan... is de jump opeens perfect. En ik sta, sta! Voortgeduwd door de golf. Trots kijk ik om me heen, wankel daardoor wat, maar blijf overeind, tot de golf bijna op het strand spoelt en ik me gelukzalig achterover laat vallen. Wat een kick, wat een genot. Beter dan seks, tenminste bijna. |