\
maandag 21 mei 2012
Uit liefde voor Curaçao

Voetballen voor een betere economie. Project Support Curaçao probeert het voor elkaar te krijgen op het tropische eiland. Een voorbeeld van wat particulier initiatief kan betekenen voor de lokale bevolking.

Tekst: Too Easy/John Kraijenbrink
Fotografie: Too Easy/Rinie Boon & John Kraijenbrink

Uit liefde voor CuracaoKleine, donkere voetballertjes, met de onderkant van hun veel te grote, fel rode sportbroekje en shirtje op de enkels krioelen rond. Er tussen lopen de voetballers van FC Utrecht, die met hun blanke huid een groot contrast vormen met de Antiliaantjes. Waar de Utrechters puffen en zweten onder de onbarmhartig schijnende zon, daar blijven de kleintjes onvermoeibaar heen en weer rennen. Een uur lang mogen zij tijdens deze clinic ballen met spelers als Ali Boussaboun, Robin Nelisse en Rick Kruys. Voetballers die ze alleen van televisie kennen. Die kans laten ze niet lopen.
De clinic maakt onderdeel uit van de Polar UTS-Cup, een vriendschappelijk toernooi, waar naast FC Utrecht ook FC Dordrecht, de Antilliaanse kampioen CSD Barber en het Braziliaanse Ferroviário AC aan meedoen. Het toernooi is in het leven geroepen door de Nederlandse zakenman Theo Singerling. ‘Tien jaar geleden heb ik een vestiging van mijn bedrijf Multi-Post op Curaçao opgezet. Sinds die tijd kom ik hier geregeld. Ik houd van de zon, zee, mentaliteit en van de vriendelijke mensen hier. Tijdens één van mijn bezoekjes ging ik naar een voetbalwedstrijd kijken. Als bestuurslid van eerstedivisionist FC Dordrecht zag ik dat er volop talent rondliep, maar schrok ik ook van het tactische niveau en de omstandigheden waaronder gespeeld wordt. Fatsoenlijke velden en materiaal ontbreekt. Op dat moment besloot ik dat ik iets voor het sportklimaat op dit eiland wilde doen.’
Dat iets werd een voetbaltoernooi, dat onlangs toe was aan zijn vierde editie. Met achtduizend toeschouwers op de eerste, en ruim negenduizend op de tweede speeldag (op een stadioncapaciteit van 12.000) lijkt het evenement aan te slaan. ‘We kunnen hier op Curaçao de televisiezender Tien ontvangen,’ vertelt Ashar Carmelia, één van de aandachtige toeschouwer tijdens het duel Barber – FC Dordrecht. ‘We zien dus veel Nederlands voetbal, dan is het leuk om die ploegen een keer live aan het werk te zien. Wat ik ook mooi vind, is dat er dit keer een Braziliaanse ploeg meedoet. Op de Antillen zijn we dol op Braziliaans voetbal. En de kaartjes zijn nog betaalbaar ook.’
Een toegangsbewijs kost namelijk 25 Nederlands Antilliaanse Florijn (NAF), omgerekend ongeveer 12,50 euro, voor twee avonden, met op elke avond twee wedstrijden. ‘Een bewuste keus’, stelt Singerling. ‘Ik wil dat de gewone Antilliaan naar het stadion kan.’ Naast de gewone Antilliaan staan de allerarmsten centraal. Singerling: ‘De 75 kinderen die hebben deelgenomen aan de clinic komen uit gezinnen die het financieel het moeilijkst hebben. Die hebben nooit iets, daarom hebben wij ze voor de clinic geselecteerd. Na afloop mochten ze het tenuetje waarin ze speelden houden en kregen ze allemaal een sporttas mee voor hun broertjes en zusjes vol met kleinigheidjes, zoals een drinkbeker, een jojo en een zakje snoep. Op de finaledag komen alle voetballers het veld op met een mascotte aan hun hand. Ook dat zijn kinderen uit de allerarmste gezinnen. Zij zijn op de slotavond samen met hun ouder(s) onze speciale gast.’
Op die finaleavond is het een rumoer van jewelste. Iedere geslaagde actie wordt luid toegejuicht, waarbij vooral het hoge gegil opvalt. In tegenstelling tot Nederland is voetbal op de Antillen geen kijksport voor bijna alleen maar mannen, maar voor heel het gezin. Drinken en eten vindt niet alleen plaats in het kwartiertje tussen beide speelhelften, maar de Antilianen lopen af en aan naar het tentje met versnaperingen, dat strategisch voor de tribune is geplaatst. De vips hoeven hun plaats niet te verlaten. Zij worden twee keer 45 minuten bediend door een cateringbedrijf. Antiliaans gerund, zoals alle betrokken bedrijven. Om het toernooi te organiseren heeft Singerling het bedrijf Project Support Curaçao NV opgericht en stalt hij Johan Rietveld vijf maanden per jaar op de Antillen. Voor het overige werkt hij alleen samen met Antilliaanse bedrijven. ‘In totaal zijn er honderd en vijftig mensen in de weer voor dit toernooi’, licht Rietveld toe. ‘Die houden zich bezig met horeca, beveiliging, vervoer van de teams, reclame enzovoort .’ Singerling: ‘De bedoeling is dat de lokale mensen aan dit toernooi verdienen. We werken met een budget van 250.000 NAF, dat grotendeels opgestreken wordt door bedrijven op Curaçao.’
Door met plaatselijke bedrijven te werken, is de strijd om de Polar-UTS Cup een impuls voor de lokale economie. Die wordt nog eens versterkt doordat Project Support Curaçao ook een businessclub- en supportersreis naar het toernooi organiseert. Dat zorgt voor extra toerisme in een relatief rustige periode. Die toeristen, maar ook de voetballers, geven op hun beurt weer geld uit op Curaçao. Met één toernooi per jaar is er echter geen sprake van een structurele economische impuls. Singerling wil daarom het aantal evenementen in de toekomst uitbreiden. ‘Dave Offenbach, de voorzitter van de Nederlandse Beach Soccer Bond is deze week te gast om te kijken naar geschikte locaties. We willen in 2008 graag het Wereldkampioenschap beachsoccer hier houden. SBS6 heeft al aangegeven geïnteresseerd te zijn. Dat zou opnieuw een mooie stimulans voor het eiland betekenen. Verder denk ik aan een beachvolleybaltoernooi.’
Eenmaal per jaar of niet, het huidige voetbaltoernooi is in sportief opzicht een stimulans. De amateurs van Barber lopen zich de longen uit het lijf om de profs van FC Dordrecht te verslaan in de strijd om de derde en vierde plaats. ‘Voor deze jongens is het fantastisch om tegen FC Dordrecht te spelen’, stelt Etienne Siliee, technisch directeur van de Nederlands Antilliaanse Voetbal Unie (NAVU). ‘Zo leren ze om met verschillende speelstijlen om te gaan. Daar hebben ze alleen maar voordeel van als ze voor het nationale team spelen. Voor de jeugd is dit toernooi ook een stimulans. Die kent deze spelers alleen maar van televisie.’
Bij die jeugd loopt veel talent rond, vindt Mark van Eijk. De voormalig prof van Heerenveen – geboren in Suriname, maar opgegroeid op de Antillen – doet dit toernooi mee als gastspeler bij Barber. ‘Qua techniek doen Antilianen niet onder voor Nederlanders. Tactisch verliezen ze wel eens het hoofd. Ik hoop dat dit evenement de ogen opent van Nederlandse clubs voor het potentieel hier. Zelf wil ik een voetbalschool op Curaçao oprichten en de beste spelers naar Nederland brengen. Alleen is daar wel het één en ander voor nodig. We hebben hier geen fatsoenlijke velden en ballen.’
Dat laatste wordt na de finale opgelost, als FC Dordrecht en FC Utrecht hun wedstrijdballen aan de NAVU schenken en zo hun bijdrage aan het plaatselijke voetbal leveren. Het is één van de zijeffecten waar Singerling bij het opzetten van het toernooi op hoopte. Over de andere is hij ook eerlijk: ‘Het organiseren van het toernooi is hard werken, maar het kweekt een hoop goodwill. Dat komt mijn zaak Multi-Post uiteindelijk weer ten goede.’

« Terug naar het overzicht