\
maandag 21 mei 2012
Bijtanken in de tropen

Na een lang en zwaar seizoen, waarin de club zich op de valreep plaatste voor de Intertoto, pufte FC Utrecht begin juni uit op Curaçao. Daar speelde de club uit de Domstad om de Polar-UTS Cup, maar genoten de spelers bovenal van zon, zee en uitgaansleven.

JOHN KRAIJENBRINK

FC Utrecht op CuracaoNa een seizoen lang in de houding en de ene slopende wedstrijd vol spanning en druk na de andere, willen de meeste voetballers lekker even ‘los’. FC Utrecht kon dat, al moest de club daar wel wat voor doen. In ruil voor deelname aan de Polar-UTS Cup, samen met FC Dordrecht, de Antilliaanse kampioen CSD Barber en het Braziliaanse Ferroviàrio AC, mochten de mannen van Foeke Booy een weekje feesten op Curaçao. Een trip die voor een aantal spelers om uiteenlopende redenen een bijzondere werd.

Het is zaterdag, de dag voor aanvang van het toernooi. De spelers van FC Utrecht liggen inmiddels twee dagen languit op het witte strand van het Breezes Curaçao Resort, een all-inclusive hotel waar het ze aan niets ontbreekt. Afgezien van een kleine training hebben de Utrechters zich niet bovenmatig hoeven inspannen. De meeste dan, want Rick Kruys moet wel aan de bak. De blonde middenvelder heeft zijn mediale knieband ingescheurd en werkt hard aan zijn herstel door in het zwembad tussen de cocktailbarretjes door te aquajoggen. 
Deze dag staat Kruys echter niet in de belangstelling vanwege zijn revalidatie, maar om een heel andere reden. Zijn FC Utrecht staat morgenavond tegenover het FC Dordrecht van zijn vader Gert Kruys, in de openingswedstrijd van de Polar-UTS Cup. Voor Dolfijn FM, één van de twee grote Nederlandstalige zenders op het eiland, een goede reden om de familie Kruys naar de studio te halen. Als vader en zoon elkaar zien, volgt een innige omhelzing. De twee hebben een sterke band en zijn al drie dagen gescheiden, omdat FC Utrecht eerder naar het tropische eiland afreisde dan FC Dordrecht. ‘Goed om hem weer te zien,’ fluistert vader Gert dan ook.
In het radiogebouwtje, dat met zijn lichtblauwe muren en heldere witte luiken een groot contrast vormt met de okergele huizen eromheen, kruipen de twee achter de microfoon. Om de spanning voor het onderlinge treffen op te voeren, herinnert de presentator de Kruysjes er fijntjes aan dat zoon Rick vader Gert ooit de das om deed. ‘Tijdens FC Utrecht tegen De Graafschap,’ antwoordt Rick bevestigend. ‘Het stond 0-0. Na 81 minuten mocht ik invallen en bij mijn eerste balcontact scoorde ik de winnende.’ Vader Gert, destijds coach van De Graafschap, kijkt beteuterd: ‘Een bijzonder moment. Enerzijds was ik trots dat hij die geweldige goal maakte, anderzijds teleurgesteld voor mijn ploeg. Toen ik die snotneus het veld zag ingaan, kreeg ik al een onbestemd gevoel. De hele familie zat op de tribune. Ik weet nog dat mijn vrouw in tranen was. Zij had met mij te doen.’
Een herhaling zal er morgenavond niet inzitten, omdat Rick Kruys door zijn blessure niet kan meevoetballen. ‘Ik had graag gespeeld,’ bekent hij sip. ‘Ik heb veel wedstrijden van FC Dordrecht gezien het afgelopen seizoen. De club voetbalt fris en gedurfd, dat maakt het leuk om naar te kijken.’

Dat blijkt de volgende dag inderdaad het geval. De eerstedivisionist neemt via een vrije trap van Guy Ramos zelfs brutaal de leiding, maar dankzij Sander Keller en invaller Giuseppe Rossini trekt de eredivisionist kort voor tijd alsnog aan het langste eind. Tot grote vreugde van Koos van Tamelen. Het hoofd jeugdopleidingen bij FC Utrecht vervangt deze trip hoofdtrainer Foeke Booy, die in Zuid-Korea verblijft om spits Jae-Jin Cho te bekijken, en assistent-trainer John van Loen, die in Nederland is gebleven voor een trainerscongres. ‘Wanneer je als FC Utrecht zou verliezen van FC Dordrecht, doe je het slecht,’ stelt Van Tamelen. ‘Een nederlaag tegen een eerste divisieploeg kunnen wij ons niet veroorloven. Ook niet tijdens een werk/vakantieweek als deze.’ Dat is echter niet de enige reden voor Van Tamelen om in zijn nopjes te zijn met de zege. Begin jaren tachtig voetbalde hij in één elftal samen met Gert Kruys. ‘Dat zorgt voor wat extra prestige. Van een oud-ploeggenoot wil je niet verliezen,’ lacht hij.
Even verderop staat Nassir Maachi er een beetje beteuterd bij. De vleugelspits staat op de loonlijst bij FC Utrecht, maar komt volgend seizoen op huurbasis uit voor FC Dordrecht. Deze trip is voor hem een nadere kennismaking met zijn nieuwe werkgever. Een eerste indruk op zijn toekomstige trainer Gert Kruys kan hij niet maken Van Tamelen laat Maachi pas een half uur voor tijd laat invallen: ‘Ik had gehoopt van het begin af aan te spelen. Aan de ene kant jammer, aan de andere kant speel je met deze extreme hitte enigszins op de automatische piloot. Goed voetballen kan hier niet. Bovendien is iedereen moe, na een lang seizoen.’
Gelukkig voor Maachi en zijn ploeggenoten is er op Curaçao alle gelegenheid om bij te tanken. Van Tamelen heeft zijn selectie deze week de vrije hand gegeven. ‘Ik ben hier  eindverantwoordelijk, maar ik heb de spelers ook veel verantwoordelijkheid gegeven. De avond voor de wedstrijd heb ik gezegd: als het 24.00 uur wordt, vind ik het goed. Als het 2.00 uur ’s nachts wordt ook. Als je er in de wedstrijden maar staat.’ Dat gebeurt, want FC Utrecht wint dus en plaatst zich voor de finale tegen Ferroviàrio AC, dat de lokale helden van CSD Barber met 2-0 klopt . Van Tamelen: ‘Morgen hebben we een boottrip naar Klein Curaçao. Met een zege stap je toch een stuk lekkerder aan boord dan met een nederlaag.’

Tijdens dat uitstapje naar het kleine en onbewoonde broertje van Curaçao spoelt Nassir Maachi zijn teleurstelling weg van zijn korte optreden tegen FC Dordrecht. ‘Dit is echt geweldig. Witte stranden, allerlei kleuren vissen in het water en lekker steeds vanaf het schip de zee in plonzen. Ik ben wel vaker in het buitenland geweest, maar dit is echt één van mijn mooiere vakanties. Een beter afscheid van FC Utrecht kan ik me niet wensen. Al wil ik over een jaar graag terugkeren. Door allerlei blessures ben ik afgelopen seizoen weinig aan spelen toegekomen en heb ik het plezier verloren. Bij FC Dordrecht wil ik dat terugvinden. Volgend seizoen wil ik belangrijk zijn voor het team en een goede indruk maken op de supporters van Dordrecht, maar ook op de trainers van FC Utrecht, opdat ze me terughalen. Maar nu eerst lekker vakantie vieren. Vanaf 2 juli ga ik me op mijn nieuwe werkgever richten, al heb ik inmiddels wel al een paar jongens van FC Dordrecht gesproken. Grappig dat uitgerekend die club ook hier is.’

Dat vakantievieren mag, maar het is en blijft wel een werkvakantie, prent Koos van Tamelen zijn spelers twee dagen later nogmaals in. In het Ergilio Hato stadion, vernoemd naar de legendarische keeper die luisterde naar de bijnaam Vliegende Vogel, staat de finale om de Polar UTS-Cup op het programma. Een vriendschappelijk toernooi of niet, de interim-coach wil die beker mee naar huis nemen. Maar dat geldt niet alleen voor FC Utrecht, blijkt al snel. Ferroviàrio AC heeft ook zijn zinnen op de beker gezet. En waar de spelers van de eredivisionist de afgelopen dagen lekker hebben gefeest en menig uitgaansgelegenheid met een bezoekje hebben vereerd, daar zaten de Brazilianen braaf in hun hotel. Hangend in de lobby van het saaie Howard Johnson Hotel of rustend op hun kamer leefden ze naar de finale toe tegen het in hun ogen grote FC Utrecht. Ferroviàrio Atlético Club is immers maar een club uit de serie C.
Om het verschil in niveau te compenseren, kleunen de Brazilianen er in de finale flink in, net als FC Utrecht, dat luid wordt toegejuicht door 9.500 toeschouwers, die tijdens de wedstrijd af en aan lopen naar de drankstandjes voor de tribunes. Rondjes lopend over de sintelbaan ziet Rick Kruys (‘de knie houdt het goed’) hoe Jean-Paul de Jong intimideert, frustreert, dirigeert en corrigeert als in zijn beste dagen. Het is zijn allerlaatste wedstrijd voor FC Utrecht en ook hij wil met een prijs naar huis. Dat wordt echter een lastige opgave als Ali Boussaboun zichzelf in de tweede helft, na de zoveelste schop tegen zijn enkel, niet meer in de hand heeft en zijn tegenstander bij de keel grijpt. Rood voor Boussaboun, die uit woede nogmaals op zijn tegenstander af stormt. Die actie vormt het signaal voor alles en iedereen om elkaar in de haren te vliegen. Als de gemoederen lijken bedaard en de wedstrijd net is hervat, moet FC Utrecht zelfs verder met negen man. Dit keer krijgt Giuseppe Rossini rood voorgehouden, na veel te fel commentaar op de leiding. Van Tamelen is des duivels en stapt het veld in om verhaal te halen bij de arbiter van dienst: ‘De arbitrage was allerbelabberdst. De kaart voor Ali is absoluut terecht en Giuseppe moet geen verhaal gaan halen, maar de scheidsrechter moet wel goed kijken wat er gebeurt,’ zal hij later foeteren. ‘Er wordt een overtreding op Giuseppe gemaakt, niet andersom. Dan moet hij een vrije trap meekrijgen. Als ik dan aan de waarnemer vraag wat hij gezien heeft, bevestigt hij mijn verhaal. Nou, dan moet zo’n waarnemer iets tegen de scheidsrechter zeggen. Waarom staat hij er anders?’
De woede bij Van Tamelen verdwijnt tijdens de wedstrijd vlak voor tijd als sneeuw voor de zon. De jeugdige invaller Leroy George let bij een snel genomen vrije trap goed op, soleert door de Braziliaanse verdediging en knalt 1-0 op het scorebord. Een doelpunt dat negen minuten later, ondanks de twee man minder, het winnende blijkt te zijn. ‘Het is door deze hete avond geen rustig vakantieweekje geworden,’ glimlacht Van Tamelen als de emoties zijn geluwd. ‘Maar een betere afsluiting dan dit, kan ik me niet wensen. Hier zat alles op en aan. Ik was voor deze trip best zenuwachtig. Ik heb veel elftallen gecoacht, maar nog nooit op eredivisieniveau. Deze week vond ik fantastisch om mee te maken. Als FC Utrecht me nog een keer voor zoiets zou vragen, zou ik het zeker doen. Maar ambities om hoofdtrainer te worden, heb ik niet. Als hoofd jeugdopleidingen voel ik me als een vis in het water.’
Terwijl Van Tamelen zijn verhaal over de wedstrijd doet, wordt Robin Nelisse een paar meter verderop staande gehouden door de Antilliaanse bondscoach Etienne Siliee, die informeert op de Rotterdammer zijn ogen wil openhouden voor Antilliaans talent dat in Nederland rondloopt. Het is niet zo verwonderlijk dat Siliee juist Nelisse aanspreekt. De spits van FC Utrecht is een week lang het boegbeeld van het toernooi geweest. Overal in de stad kwam hij op de aanplakbiljetten zijn eigen hoofd tegen, omdat er Antilliaans bloed door zijn aderen stroomt. ‘Mijn vader komt van Aruba, mijn moeder uit Nederland. Ik ben in Nederland geboren,’ corrigeert Nelisse. ‘Maar het is wel grappig om foto’s van mezelf overal te zien hangen. Helaas had ik nog wat last van een kuitblessure, waardoor ik in de finale niet zolang kon meedoen. Maar ik wilde in ieder geval beginnen. De mensen hier zijn zo enthousiast en trots op mij, omdat ik Antilliaanse roots heb. Daar wilde ik wat voor terugdoen. Ik vond dit toernooi überhaupt een bijzondere ervaring. Hoe vaak komt het voor dat er keiharde reggaemuziek in de spelersbus gedraaid wordt, op weg naar een wedstrijd?’

Waar Robin Nelisse glunderend zijn verhaal doet, daar staat Jean-Paul de Jong verwoed in zijn ogen te wrijven. Mister Utrecht heeft zojuist zijn laatste wedstrijd voor zijn FC gespeeld en heeft het daar zichtbaar moeilijk mee. Zo moeilijk zelfs, dat de 36-jarige middenvelder nog even niet wil terugblikken op zijn lange carrière, die hem langs één seizoen VfL Osnabrück en veertien seizoenen FC Utrecht voerde. Bij elkaar goed voor 384 wedstrijden betaald voetbal en elf goals. Na wat traantjes heeft de gifkikker zich een paar minuten later weer herpakt als FC Utrecht de beker overhandigd krijgt van toernooiorganisator Theo Singerling, niet geheel toevallig ook bestuurslid van FC Dordrecht. Vol symboliek stopt aanvoerder Gregoor van Dijk de trofee snel in handen van De Jong. ‘Mijn laatste beker,’ kraait de afzwaaier lachend uit. Toch nog een afscheid op een hoogtepunt.

« Terug naar het overzicht