|
Twee keer eerder nam Jelmer van den Bogerd deel aan het Nederlands kampioenschap duathlon. Even zo vaak greep de Dordtenaar net naast een medaille. Dit jaar moest het jaar van de revanche worden. TEKST EN FOTOGRAFIE JOHN KRAIJENBRINK OSS
Een stralend zonnetje, vader, moeder, stiefvader, zus, vriendin en baby langs de kant en een mooi, beschut parcours. Alle ingrediënten zijn voor Jelmer van den Bogerd aanwezig om een plak te veroveren op het NK duathlon. De Dordtenaar komt dichtbij, heel dichtbij, maar grijpt op de valreep net mis. En dat terwijl de dag nog zo mooi is begonnen. Bij het opstaan heeft de Dordtenaar tot zijn tevredenheid geconstateerd dat het niet alleen droog, maar ook aangenaam warm is. Precies de omstandigheden waar hij als betere fietser en iets mindere loper op gehoopt heeft. Alleen gooit het mooie, door bomen beschutte, maar van eikeltjes en geel-bruine herfstbladeren ontdane parcours wat roet in het eten. In plaats van een brandende zon op de nek van de atleten, vangen de bomen de meeste zonnestralen op. De temperatuur loopt daarom niet ver genoeg op om het de atleten al op het eerste looponderdeel lastig te maken. En dus spurten de twee topfavorieten, Armand van der Smissen en Wim Nieuwkerk, op de eerste tien kilometer hardlopen als een gek weg. Een enkeling volgt, maar Van den Bogerd kiest er slim voor om zijn eigen tempo te lopen en krijgt een hele zwik concurrenten in zijn kielzog mee, onder wie outsider John van der Vlies. Op de fiets laat Van den Bogerd het initiatief aan de Oud-Beijerlander, die over het motorparcours in het Brabantse land jacht maakt op de mannen voor hem. De Dordtenaar volgt, luidkeels aangemoedigd door zijn zus en zijn vader, die hem elke ronde de tussentijden doorgeeft. ,,We kwamen met een grote groep in de wisselzone. Omdat je tegenwoordig maar vijf meter afstand hoeft te houden op de fiets, is het lastig om iemand eraf te rijden. Het eerste stuk heb ik het geprobeerd, maar iedereen bleef er achter zitten. Daarna heb ik het bewust iets rustiger aan gedaan,'' spreekt Van den Bogerd later. In de laatste vijftien kilometer gaat hij alsnog op de pedalen staan om zijn voornaamste belagers af te schudden. Daarvoor moet hij wel heel diep gaan. ,,Door die minimale afstand van vijf meter, moet je echt demarreren om weg te komen. In die laatste fietsronden reed ik op een gegeven moment tegen de vijftig kilometer per uur. Dat was zo zwaar dat ik tegen de kramp aanzat. Maar ik moest wel, om met voldoende voorsprong aan de afsluitende vijf kilometer te kunnen beginnen. Een halve minuut voorsprong kan ik nog wel verdedigen, vijf seconden niet. Dus ik moest de gok nemen.'' Van der Vlies bijt zich echter vast in de Dordtenaar en blijft kort achter hem zitten, net als Stefan van Thiel. ,,We gingen met drie man naar het parc fermé, toen wist ik dat het moeilijk werd,'' stelt Van den Bogerd na afloop. ,,Al had ik op zich een goede wissel.'' Zo goed dat hij na Van der Smissen en Nieuwkerk als derde aan het laatste looponderdeel van vijf kilometer begint en dus de zo fel begeerde bronzen medaille voor het grijpen heeft. Met nog slechts tweeënhalve kilometer voor de boeg gaat Van der Vlies er echter op én over. De Oud-Beijerlander berooft Van den Bogerd daarmee van het brons: ,,Als je op zo'n moment niet kan volgen en weet dat je geklopt bent, is dat ontzettend balen.'' De mentale tik komt zelfs zo hard aan, dat de Dordtenaar in de slotkilometer nog maar moeizaam vooruitkomt en terugvalt naar de zesde plaats in het eindklassement: ,,Het is iets met mij en het Nederlands kampioenschap, want tot nu toe wil het maar steeds niet lukken. De komende dagen ga ik me maar eens bezinnen, want ik heb meer trainingsuren gemaakt dan ooit, maar presteer toch minder. En dat terwijl ik hier echt minimaal derde wilde worden.'' |