\
maandag 21 mei 2012
Bos heeft vuur nodig om te verjongen

Grote bosbranden hebben de Verenigde Staten in hun greep. Vlammen van 120 meter hoog bedreigen stadjes. Het was te voorkomen geweest, als het publiek het gewild had.

Door John Kraijenbrink

bosbrandenGrote bosbranden in Australië of de Verenigde Staten leveren in de Nederlandse kranten en op de Nederlandse televisie steevast mooie beelden op. In eigen land moet de brand wel zeer omvangrijk zijn, zoals nu in Arizona (VS), om het journaal te halen. Immers: een bosbrand hoort erbij.
In Australië werden honderden jaren lang de bossen met opzet in brand gestoken. De oorspronkelijke bewoners, de aboriginals, wisten dat dit nodig is om het bos zich te laten verjongen. Sommige zaden van bomen openen zich namelijk pas als er een goede fik overheen is gegaan of hebben verbrande grond nodig om op te ontkiemen, zoals de eucalyptus. Een paar dagen na zo'n brand heeft het bos een vreemd aanzien: een zwarte grond, geblakerde bomen, waar frisse helgroene blaadjes aan groeien. De bomen zijn verbrand, maar zeker niet dood.

Moeder Natuur
Het preventief branden heeft een 'tweede groot voordeel’: Wat afgebrand is, kan niet meer in vlammen opgaan. Bosbouwers of brandweer staken liever zelf een stuk bos aan, terwijl de bluswagens paraat stonden dan dat zij handelend op moesten treden bij een niet gedoofde barbecue of een niet uitgemaakte sigarettenpeuk. Dat preventief branden gebeurde aan de vooravond van een droge periode, waarin warme winden de bossen kurk en kurkdroog blazen en de kans op brand het grootst is.
Voor de komst van de mensheid stak Moeder Natuur de bossen zelf in de fik. Volgens Reitze van de Graaf, docent Bosbouw aan de Universiteit van Wageningen, regelde ze op die manier de verjonging van haar bos. „Het is daar op ingesteld. Sterker nog, het heeft één keer in de zoveel tijd een grote brand nodig.’’

Buiten wonen
De opkomst van 'buiten wonen' heeft echter een streep gezet door het preventief branden. Zeker nu de laatste jaren steeds meer mensen een (buiten)huisje in of nabij het bos willen. Zo wonen er in de VS nu tien keer zoveel mensen in bosbrandgevaarlijke gebieden als 25 jaar geleden. Via internet en telefoon is de wereld immers binnen handbereik, dus waarom niet achteraf wonen.
Preventief branden in deze gebieden is te gevaarlijk, waardoor veel brandgevaarlijk, droog hout op de grond blijft liggen. In delen waar wel preventief gebrand kan worden, omdat de huizen aan de rand van het bos staan, wil het publiek het niet. Dan heeft het last van de rook of moet het tegen zwarte bomen aankijken en daarvoor ga je niet aan de rand van een natuurgebied wonen. De publieke opinie keerde zich zo tegen het preventief branden.

Kampvuurtjes
Diezelfde mens is vaak de oorzaak van een bosbrand. Vooral dagjesmensen die niet weten hoe zij zich in een bos moeten gedragen. Sigarettenpeuken worden achtelooss weggegooid in het droge gras. Kampvuurtjes en barbecues worden smeulend achtergelaten naast dorre takken en bladeren. In de Verenigde Staten veroorzaakte een gewonde wandelaar de ene brand door met een vuurtje de aandacht van een overvliegende helikopter te trekken. De andere brand ontstond waarschijnlijk toen een boswachter de brief van haar man, met wie ze in scheiding lag, in de fik stak. Gevolg: de grootste en onbeheersbaarste bosbrand uit de Amerikaanse geschiedenis. Ook de vuurzeeën in Australië, die vorig jaar rond kerst de buitenwijken van Sydney bedreigden, waren grotendeels door mensen veroorzaakt.
Het weer preventief afbranden van bossen zou een hoop ellende kunnen voorkomen. De Graaf hoopt dan ook dat de publieke opinie door de branden, zoals die nu in de VS woeden, omslaat en er weer gebrand mag worden. „Want bosbouwers weten wat er moet gebeuren."

« Terug naar het overzicht